411 REFERENCE · Wikibooks
Dutch/Lesson 13A
Reference material by Wikibooks contributors. This retains its source identity and is not 411 news reporting.
les 13 A Bijvoeglijke naamwoorden ~ Adjectives
Exercise 13A-1
Put into comparative Add the [adjective] to the sentence in the comparative form
[klein]: De grote boeken had hij hier gezet, de ..... stonden aan de andere kant
[goed]: Hij heeft een ... auto gekocht
[helder]: Het weer is nu wat ..... geworden.
[groot]: Heb je niets .....?
[klein]: Zij is in een ..... huis gaan wonen.
[rood]: Hij werd alsmaar .... van de inspanning.
[veel]: Hij heeft er nu .... dan voorheen
[lekker]: Een .... kop soep had hij zich niet kunnen wensen
[hoog]: Het water stond ..... dan normaal
[mager]: Hij was ..... geworden De grote boeken had hij hier gezet, de kleinere stonden aan de andere kant
Hij heeft een betere auto gekocht
Het weer is nu wat helderder geworden.
Heb je niets groters?
Zij is in een kleiner huis gaan wonen.
Hij werd alsmaar roder van de inspanning.
Hij heeft er nu meer dan voorheen
Een lekkerder kop soep had hij zich niet kunnen wensen
Het water stond hoger dan normaal
Hij was magerder geworden
lekkerdere would get too long and the final -e is often clipped